1. De ideale bewaartemperatuur
Het is belangrijk om je wijn op de juiste temperatuur te bewaren. Zo kan de wijn rusten en blijft hij voor een langere tijd goed op smaak. In de tijd van de Grieken en Romeinen werd de wijn al zo koel mogelijk bewaard. Zij stopten de wijn in stenen amforen, sloten die af met pek en stopten deze amforen onder de grond. Monniken in de vroege middeleeuwen bewaarden hun wijn in houten vaten en legden die in de koele kelder van het klooster.
De belangrijkste les die we hieruit kunnen halen, is dat de wijn langere tijd op een koele plek moet liggen om langzaam en gelijkmatig te kunnen rijpen. Een consistente temperatuur is daarbij zeker van belang. Bewaar je wijn daarom altijd tussen 10 en 14 graden en laat de temperatuur niet teveel schommelen.

2. De ideale vochtigheidsgraad : 60-75%
De plek waar je je wijn gaat bewaren moet een zekere mate van vochtigheid bevatten. De ideale vochtigheidsgraad is tussen de 60 en 75 procent.
Als de vochtigheidsgraad te laag is, droogt je kurk uit. Hierdoor krimpt de kurk, kan er lucht in de fles terecht komen en kan je wijn veel eerder gaan oxideren. De smaak wordt vlakker en de kleur kan veranderen.
Als de vochtigheidsgraad te hoog is, kan er schimmel en gist ontstaan. Dit is slecht voor de gezondheid maar het heeft ook negatieve effecten op de staat van de wijnfles. Metalen capsules zullen gaan roesten en de labels van de fles kunnen gaan schimmelen en rotten
3. Horizontaal laten liggen
Als je je wijnfles horizontaal legt, blijft de wijn in contact met de kurk. We hebben hierboven gelezen dat het belangrijk is dat de kurk niet uitdroogt.
Een uitzondering op deze regel geldt voor de mousserende wijnen. Deze worden rechtop bewaard om sediment-resuspensie te voorkomen. Dit is het vermengen van droesem onderin de fles met de wijn. Hierdoor kan de wijn troebel worden.
Als je wijn hebt gekocht en je verwacht deze snel op te gaan drinken, kun je de fles ook rechtop bewaren. Voor langere termijn (weken of langer) raden we aan om de fles neer te leggen
4. Donker: bescherm tegen UV-licht
Leg je wijnflessen niet in een ruimte met te fel licht. UV-licht in een kamer kan de wijn beschadigen en de oxidatie versnellen. Oxidatie laat de smaak van de wijn vervlakken of zelfs zurig gaan smaken. Witte wijn kan een donkere kleur krijgen en rode wijn kan bruinig worden. Je kan dit ook ruiken. Als de wijn ruikt naar azijn of rotte appels, is het wellicht handig om de wijn weg te doen.
5. Rust en geurloos
Wijn moet in rust kunnen liggen om te rijpen. Trillingen, zoals van harde muziek, wasmachines en drukke wegen kunnen het rijpingsproces verstoren.
Ook is het belangrijk om je wijn weg te houden van sterke geuren, zoals schoonmaakmiddelen, verf en rook van sigaren of sigaretten. Wijn absorbeert geuren namelijk en je wil niet dat je wijn naar schoonmaakmiddelen gaat ruiken of smaken. Zorg daarom voor een goede luchtcirculatie in de ruimte waarin je je wijn wilt bewaren.